Ga naar inhoud
LetsGrow openen

Vragen stellen over je data

HandleidingChat4 min leestijd

Noem de meting en de periode in je vraag. Growi zoekt de meting in de modules van je gewas en antwoordt met de waarden die het heeft gelezen. Zonder periode leest het de laatste 24 uur, of de laatste 7 dagen voor een meting die alleen dagwaarden heeft, zoals RTR of een gewasregistratie.

  1. Typ de vraag met de meting en de periode: “Wat was de laagste nachttemperatuur deze week?”
  2. Kies het gewas wanneer Growi de gewaskaart toont. Zie Een gewas kiezen.
  3. Noem de periode opnieuw in een vervolgvraag. Growi onthoudt het gewas, niet de periode: “en de luchtvochtigheid?” wordt beantwoord voor de laatste 24 uur.
  4. Vraag “waarom?” als je de oorzaak wilt weten. Growi kijkt dan eerst naar het buitenweer over dezelfde periode, en daarna naar ventilatie, schermen, verwarming en CO2-dosering.

Growi vergelijkt jouw woorden met de namen van de metingen in je gewas. De exacte naam zoals LetsGrow die gebruikt, of de itemcode, selecteert die meting direct. Nederlandse woorden werken ook, zoals “kastemperatuur” of “RV”.

Jij zegt Growi pakt
Alleen “temperatuur”, “luchtvochtigheid”, “RV” of “CO2” De kaswaarde
Alleen “EC” De substraatwaarde
“Setpoint”, “streefwaarde” of “gewenst” De setpoint. Zonder zo’n woord kiest Growi de gemeten waarde
“Dag” of “nacht” De dagwaarde of de nachtwaarde van dezelfde meting
“Afgelopen nacht” De waarden tussen 18:00 en 06:00 van de laatst afgeronde nacht, niet de nachtwaarde. Een waarde die LetsGrow één keer per dag vastlegt, zoals dry-back, komt in plaats daarvan met zijn datum
“VPD” VPD gewas. Vraag naar VPD kas als je die wilt
“Dry-back” of “dryback” Dry-back in kg. Zeg “dry-back %” voor het percentage
“Outside radiation” De straling van je weerstation

De dag-, nacht- en 24-uurswaarden worden uitgelegd in de Woordenlijst.

Growi begrijpt vandaag, gisteren, afgelopen nacht, de laatste 24 uur, deze week, vorige week, deze maand, vorige maand, dit seizoen, een aantal dagen terug, een maandnaam, een weeknummer, een datum, een periode tussen twee datums en een jaar. Een week loopt van maandag tot en met zondag. “Juni” betekent de meest recente juni. “Dit seizoen” begint op de startdatum van het gewas.

Een aantal dagen terug of een periode tussen twee datums reikt maximaal 5 jaar terug. Een periode die nog loopt, zoals vandaag of deze week, krijgt een antwoord waarbij staat dat de cijfers niet definitief zijn.

  1. Zorg dat er één gewas actief is. Bij twee of meer gewassen vergelijkt Growi de gewassen en negeert de tweede periode.
  2. Noem één meting en beide periodes: “Vergelijk de kastemperatuur van vorige week met de week ervoor.”
  3. Vraag “waarom?” voor de oorzaak. Growi geeft het verschil en de richting ervan, en zoekt pas naar de oorzaak als je daarnaar vraagt.

Een week wordt vergeleken met een week die op dezelfde weekdag begint, zodat dag en nacht op elkaar aansluiten. Maanden houden hun eigen lengte: juni tegenover mei is 30 dagen tegenover 31. Als een periode begint vóór de startdatum van het gewas, vermeldt Growi dat die waarden mogelijk bij een vorig gewas horen.

Een antwoord met de waarden, en een lijngrafiek als Growi minstens 4 punten heeft gelezen. Een vergelijking geeft één grafiek met de twee periodes over elkaar heen, elk gelabeld met zijn naam en exacte datums.

Het antwoord op “Vergelijk de kastemperatuur van vorige week met de week ervoor”: een grafiek met één lijn per periode, een zin met de richting van het verschil, en een tabel met beide periodes

  • Growi gebruikte een andere meting dan je bedoelde, of vond geen data. Zie Als een antwoord er niet goed uitziet.
  • Je weet niet wat het gewas meet. Vraag “Welke data heeft dit gewas?”. Growi geeft de metingen per module, maximaal 30 zonder trefwoord. Voeg een trefwoord toe om het te beperken.